Paulus, een apostel van Christus Jezus door de wil Gods naar de belofte des levens in Christus Jezus, aan Timotheüs, mijn geliefd kind: genade, barmhartigheid en vrede zij u van God, de Vader, en van Christus Jezus, onze Here(2 Tim.1:1-2).
In de bovenstaande aanhef van de tweede brief aan Timotheüs staat iets belangrijks waar we misschien ongemerkt overheen lezen. Het gaat om de uitdrukking: de belofte des levens in Christus Jezus. Er is een belofte van leven en deze belofte kan men ontvangen in Christus Jezus. Wanneer je hier het tegenovergestelde zou invullen dan krijg je: er is de dood, buiten Christus Jezus.
Wanneer we dit tot ons door laten dringen hoop ik dat we beseffen hoe belangrijk het is om in Christus te zijn. Immers, we willen toch het leven, en niet de dood? En wanneer je er de Bijbel op naleest kom je zelfs tot de ontdekking, dat al de zegen, al het heil, onze redding, onze verlossing, onze heiliging etc., alleen ons deel wordt wanneer wij in Christus Jezus zijn. Buiten Hem: niets. In Hem: alles.
Waarom leg ik hier zo de nadruk op? Het valt me op dat dit onderscheid (in of buiten Christus) nog wel eens vergeten wordt, en dit kan tot allerlei misvattingen leiden. Zo hoor je de laatste tijd nog wel eens klinken: alle mensen zijn kinderen van God! Wanneer men hiermee bedoelt dat alle mensen schepselen van God, zijn dan beaam ik dit. Wanneer men hiermee echter bedoelt dat alle mensen in Christus zijn en in een Vader-kind relatie met God leven dan is dit m.i. onjuist.
De Bijbel leert dat er wel degelijk een onderscheid bestaat tussen hen die in Christus zijn (en dus kinderen van God zijn) en hen die niet in Christus zijn (en dus niet kinderen van God zijn). Eenvoudigweg: Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet (1 Joh.5:12)
Dit wordt in allerlei bewoordingen in de Bijbel weergegeven. Er is een tweedeling: leven/dood, gered/verloren, licht/duisternis, binnen/buiten, in zijn koninkrijk/buiten zijn koninkrijk. Het feit dat velen buiten Christus zijn, dringt ons om het evangelie te verkondigen zodat zij die nu nog in de dood zijn ook tot leven zullen komen en de belofte des levens in Christus zullen beërven.
In Kol. 4:5 spreekt Paulus een opvallend woord: Gedraagt u als wijzen ten opzichte van hen die buiten staan, maakt u de gelegenheid ten nutte. Uw spreken zij te allen tijde aangenaam, niet zouteloos; gij moet weten, hoe gij aan ieder het juiste antwoord moet geven. Wie zijn er buiten? In 1 Kor. :13 zegt hij: Hen, die buiten zijn, zal God oordelen. Doet, wie niet deugt, uit uw midden weg.
Ja, het zijn woorden die ik zelf niet gemakkelijk op mijn tong zou nemen, want wie ben ik om over een ander te oordelen? Maar de Bijbel is toch wel vrij duidelijk, wanneer je buiten Christus bent zal je door God geoordeeld worden want alleen in Christus is er geen veroordeling. Zie Rom. 8:1 Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn.
Wij worden in Kol.4:5 dus opgeroepen om ons als wijzen te gedragen ten opzichte van hen die buiten staan en ons de gelegenheid ten nutte te maken (letterlijk: de tijd uitkopende). Het komt er op neer dat je gedrag als gelovige erop gericht zou moeten zijn om hen die buiten staan binnen te brengen. En het gaat hier zowel om ons gedrag als om de dingen die wij zeggen. God verlangt er immers naar dat alle mensen tot erkenning van de waarheid komen en door Jezus gered worden (1 Tim.2:4). Dan is het toch vanzelfsprekend dat ons leven in overeenstemming is met dit verlangen van God, namelijk dat verlorenen buiten Christus gered worden en in Christus komen?
Paulus promoot nergens een passieve houding in de zin van: God zal vanzelf alles wel goed maken. Ja, Hij volvoert zijn plan, maar Hij doet dit, door ons die in Hem geloven te gebruiken. Tot eer van zijn Naam. Bekeringsijver? Dat is een beladen woord, maar je zou kunnen zeggen dat bekeringsijver helemaal zo gek nog niet is voor een gelovige. Immers je verlangt er toch naar dat zij die niet geloven ook de heerlijke rijkdom in Christus mogen ontvangen? Je gunt hen toch het leven en niet de dood?
Laten we de woorden van Paulus aan Timotheüs ter harte nemen: Ik betuig u nadrukkelijk voor God en Christus Jezus, die levenden en doden zal oordelen, met beroep zowel op zijn verschijning als op zijn koningschap: verkondig het woord, dring erop aan, gelegen of ongelegen, wederleg, bestraf en bemoedig met alle lankmoedigheid en onderrichting (2 Tim.4:1-2).
Voetnoot: Alle Bijbelteksten in deze overdenking zijn ontleend aan: Vertaling 1951 in opdracht van het Nederlands Bijbelgenootschap bewerkt door de daartoe benoemde commissies, © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap, 1951.