De komst van Gods koninkrijk vanuit de hemel.

Gepubliceerd op 5 september 2026 om 12:40

Om de hoop, die voor u is weggelegd in de hemelen.(Kol.1:5a)

In het bovenstaande vers schrijft Paulus dat onze hoop voor ons is weggelegd in de hemelen. Het grondwoord voor weggelegd kan je ook vertalen met: opgeborgen. In Lukas 19:20 wordt hetzelfde woord gebruikt als het gaat om geld dat veilig is opgeborgen. Voor ons wil het zeggen: datgene wat ons als gelovigen te wachten staat, dat is er wel, maar je ziet het niet, het is veilige weggeborgen in de hemelen.

En wat staat ons zoal te wachten? Héél véél, namelijk de geweldige heerlijkheid die Jezus Christus bij zijn plaats nemen in de hemel aan de rechterhand van de Vader heeft ontvangen zal ook ons deel zijn. We worden namelijk mede-erfgenamen van Christus genoemd. Zo lezen we in Rom.8:17: Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en medeerfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking.Door de Heilige Geest in ons mogen we nu reeds besef hebben van deze heerlijkheid en vandaaruit leven. Je zou kunnen zeggen: terwijl wij met onze voeten op aarde wandelen zijn wij in de geest met Christus in de hemel verbonden. Wie zich namelijk aan de Here hecht is één geest met Hem (1 Kor.6:17).

Nu is zo, dat dat verborgene wat wij nu nog verwachten, éénmaal zichtbaar en openbaar zal worden. Dit gebeurt wanneer Jezus Christus naar deze aarde zal terugkeren en wij voor altijd bij Hem zullen zijn. Op dat moment komt de heerlijkheid van de hemel naar de aarde toe. Het is het moment wanneer God zijn koninkrijk zichtbaar op deze aarde zal vestigen. Dit koninkrijk wordt dan ook in het bijzonder in het Mattheús-evangelie genoemd: Het koninkrijk der hemelen. In de andere evangeliën en in de brieven wordt ditzelfde koninkrijk genoemd: het koninkrijk van God. Let op: het gaat om één koninkrijk, en niet om twee verschillende koninkrijken.

Het koninkrijk der hemelen wordt in allerlei bewoordingen voorspeld in het Oude Testament. Bijvoorbeeld: Zacharia 14:9: En de Here zal koning worden over de gehele aarde; te dien dage zal de Here de enige zijn, en zijn naam de enige. Je zou kunnen zeggen dat het koninkrijk (dat nu nog weggeborgen is in de hemelen) met de wederkomst van Christus naar de aarde zal komen. Het woord hemelen (Grieks: ouranoi) duidt dan ook niet op een plaats waar wij in de toekomst naar toe zullen gaan. Het duidt op de plaats waar onze toekomstige heerlijkheid ligt opgeborgen in Christus. Een heerlijkheid die met de wederkomst van Christus zal komen naar de aarde.

De komst van deze heerlijkheid die met Christus naar de aarde komt worde in aller bewoordingen beschreven in de Bijbel. Allereerst het bekende gedeelte in 1 Tessalonicenzen 4:14-17:

Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal God ook zo hen, die ontslapen zijn, door Jezus wederbrengen met Hem. Want dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Here wezen.

Paulus beschrijft hier wat er met de gestorven en levende gelovigen zal gebeuren wanneer Jezus van de hemel neerdaalt naar de aarde. Let op: in dit gedeelte staat niet dat Jezus van de hemel neerdaalt om vervolgens weer naar de hemel terug te keren. Nee, Hij daalt neer. Het Griekse grondwoord dat hier gebruikt wordt is katabaino, dat duidt op een beweging naar beneden. (naar beneden, omlaag gaan). Op het moment dat Jezus omlaag komt, gaan de gelovigen Hem tegemoet in de lucht. De lucht is datgene wat wij zien als wij omhoog kijken naar de dampkring en de wolken. Het is de atmosfeer om de aarde heen. Oftewel: Wanneer Jezus bij de aarde (de lucht rondom de aarde) is aangekomen, worden wij met Hem verenigd en delen wij zichtbaar in zijn heerlijkheid. Heel de wereld zal onze heerlijkheid dan ook kunnen waarnemen. Dan gebeurt datgene wat Paulus beschrijft in Kol. 3:4: Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid. Datgene wat voorheen verborgen was, wordt openbaar. Het koninkrijk der hemelen komt naar de aarde.

In 1 Tes. 1:10 zegt Paulus, wanneer Hij het heeft over de wedekomst: en uit de hemelen zijn Zoon te verwachten, die Hij uit de doden opgewekt heeft, Jezus, die ons verlost van de komende toorn.  Het is maar een klein woordje: uit. Maar hij zegt niet dat wij zijn Zoon verwachten in de hemelen. Hij komt uit de hemel naar ons toe. En het is niet zo dat wij naar Hem toegaan in de hemelen.

Deze neerdalende beweging (vanuit de hemel naar de aarde) wordt in andere bewoordingen beschreven in Mat. 24:29:31 wanneer Jezus spreekt over zijn komst. Overigens is het belangrijk om te beseffen dat de Bijbel maar spreekt over één wederkomst (Grieks: parousia), en niet over twee verschillende wederkomsten: Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen. En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid. En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen  uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere. Hij komt met macht en heerlijkheid. De heerlijkheid waarin wij delen. En ja, zijn komst is zichtbaar op aarde want alle stammen der aarde slaan zich op de borst.

In Openbaring 1:7 schrijft Johannes: Zie, Hij komt met de wolken en elk oog zal Hem zien, ook zij, die Hem hebben doorstoken; en alle stammen der aarde zullen over Hem weeklagen. Ja, amen. Het Griekse woord voor komt, (erchomai) is het woord dat in Johannes 3:8 gebruikt wordt als tegenstelling tot heengaan. Wanneer Jezus terugkomt, komt Hij naar ons toe (en niet andersom).

Eigenlijk  lezen we in het boek Openbaring duidelijk dat dat het in Gods koninkrijk niet gaat om een verplaatsing van gelovigen naar de hemel. Nee, de hemel komt naar de aarde. En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is. (Openbaring 21:1-2). Ook hier is weer sprake van een neerdalen vanuit de hemel. Hier wordt hetzelfde grondwoord gebruik als in 1 Tes.4 (katabaino).

Tot slot de woorden van Paulus in Rom. 8:19-21: Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods. Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om (de wil van)Hem, die haar daaraan onderworpen heeft, in hope echter, omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods.

Wat een geweldig moment zal dat zijn, wanneer datgene wat nu nog verborgen is, openbaar zal worden!

Voetnoot: Alle Bijbelteksten in deze overdenking zijn ontleend aan: Vertaling 1951 in opdracht van het Nederlands Bijbelgenootschap bewerkt door de daartoe benoemde commissies, © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap, 1951.