Onrecht lijden.

Gepubliceerd op 23 juli 2026 om 11:34

Waarom lijdt gij niet liever onrecht? Waarom laat gij u niet liever te kort doen? Maar zelf doet gij onrecht en doet gij te kort, en dat aan broeders.(1Kor.6:7b-8)

Als gelovigen weten we dat het verkeerd is om een ander onrecht aan te doen. Gelovigen horen elkaar lief te hebben en als je de ander onrecht aandoet is dit in strijd met de liefde. Maar hoe reageren we als ons onrecht wordt aangedaan? Is het dan de bedoeling dat we gaan strijden voor ons recht? Of leert God ons om een andere houding aan te nemen? Terwijl ik dit schrijf besef ik hoe pijnlijk het kan zijn om door anderen onrecht te worden aangedaan. En het is des te pijnlijker als dit gebeurt door broeders en zusters in Christus. 

In de tekst boven deze overdenking betreft het onrecht waarschijnlijk een materiële of financiële zaak. Misschien een geval van oplichting of een kwestie waarbij iemand uitgeleend geld niet terugbetaald krijgt . Maar onrecht kan ook in allerlei andere gedaanten verschijnen. Denk aan een onwaarheid die achter je rug om over jou verteld is. (en wie wil dan die leugen niet het liefst zo snel mogelijk rechtzetten?) Of denk aan een valse aantijging dat je in zonde zou leven (en wie wil zich dan niet het liefst rechtvaardigen?) Of denk aan een beschuldiging dat je een valse leer verkondigt (en wie wil dan niet graag het tegendeel bewijzen?). 

Ja, als we gekwetst worden, en dit kan zeer pijnlijk zijn, dan willen we dat ons recht gedaan wordt. Als ons imago door het slijk gehaald wordt, dan willen we dit rechtzetten. Want we willen voor onszelf opkomen! Zeer menselijk toch?  Maar dan lezen we die opmerking van Paulus: “Waarom lijdt gij niet liever onrecht?” Tja, waarom eigenlijk niet? Willen we dan niet zijn als Jezus Christus? Hij die zweeg toen Hem een vreselijk onrecht werd aangedaan. De apostel Petrus schrijft hierover.

Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in zijn voetstappen zoudt treden; die geen zonde gedaan heeft en in wiens mond geen bedrog is gevonden; die, als Hij gescholden werd, niet terugschold en als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem, die rechtvaardig oordeelt; (1 Petrus 2:21-23) 

En bij Paulus lezen we: Weest dan navolgers Gods, als geliefde kinderen, en wandelt in de liefde, zoals ook Christus u heeft liefgehad en Zich voor ons heeft overgegeven als offergave en slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk. (Efeze 5:1-2)

De liefde van Christus leidde ertoe dat Hij zichzelf voor ons gaf als een offergave en slachtoffer. Hij stierf voor ons aan het kruis. En dit was voor God een welriekende reuk. Hij offerde zichzelf op voor ons, en dit was God welgevallig. En Paulus roept ons op om hierin Christus na te volgen. Niet onszelf zoeken, maar onszelf opofferen, uit liefde voor anderen. We begrijpen natuurlijk dat dit wel erg ver verwijderd is van het strijden voor ons eigen imago of ons strijden voor ons eigen gelijk.

Ik besef dat dit alles best gevoelig kan liggen, zeker als je een groot onrecht is aangedaan, en ik pleit er zeker niet voor dat we ongevoelig zouden moeten zijn voor onrecht dat mensen elkaar aandoen. Immers, als je een navolger bent van Christus dan doe je elkaar zeker geen onrecht aan! Toch leert Gods woord ons om in liefde te wandelen en zelfs onze vijanden (die ons onrecht aandoen) lief te hebben. (vgl. Mat. 5:44)

En hoe kunnen we deze opdracht, die ons menselijk kunnen overstijgt toch vervullen? Het is alleen mogelijk door de Geest van Christus die in ons woont. Christus leert ons dat wij met Hem gekruisigd zijn (zie Gal.2:20) en dat wij dood zijn voor de zonde (Rom.6:11). Onze oude, ik-gerichte, mens mogen wij als dood rekenen. We hoeven niet meer te luisteren naar de neiging die zo sterk in ons leeft om voor onszelf op te komen. Immers, onze IK is gekruisigd. Het heeft toch geen zin om voor een dode te strijden?

Nee, als met Christus gekruisigden en met Hem levend gemaakten (zie Ef.2:5)  mogen we leven vanuit de Geest van liefde, en zijn vrucht laten zien. Een onderdeel van de vrucht van de Geest is lankmoedigheid. Het Griekse grondwoord is afgeleid van het werkwoord volharden of geduldig zijn. Toegepast op het thema van deze overdenking wil dit zeggen dat je je rust en je vrede bewaart, en blijft volharden in de liefde, ook al word je gekwetst of onrecht aangedaan.

Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd. Indien wij door de Geest leven, laten wij ook door de Geest het spoor houden. Wij moeten niet praalziek zijn, elkander tartend, elkander benijdend. (Gal.5:24-26)

Voetnoot: Alle Bijbelteksten in deze overdenking zijn ontleend aan: Vertaling 1951 in opdracht van het Nederlands Bijbelgenootschap bewerkt door de daartoe benoemde commissies, © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap, 1951.