Wet of onderwijzing?

Gepubliceerd op 17 juli 2026 om 11:55

Bewaar, mijn zoon, het gebod van uw vader en verwerp de onderwijzing van uw moeder niet. Bind ze bestendig op uw hart, hang ze om uw hals. Als gij op weg zijt, moge het u leiden; als gij u nederlegt, moge het over u waken, als gij wakker wordt, moge het u toespreken. Want het gebod is een lamp en de onderwijzing een licht, de vermaningen der tucht zijn een weg ten leven (Spreuken 6:20-23).

In de bovenstaande tekst uit Spreuken wordt een zoon aangespoord om goed te luisteren naar zijn vader en moeder. Hij moet het gebod van zijn vader en de onderwijzing van zijn moeder heel dicht bij zich houden. Op zijn hart binden en om zijn hals hangen. Ik denk dat veel ouders die van hun kinderen houden dit ten volle zullen beamen. Ze voeden hun kinderen op en hopen dat de kinderen in hun leven de juiste weg zullen gaan. De weg die goed voor hen is. En vaak doen zijn dit ook door aan hun kinderen uit te leggen wat goed voor hen is, en wat niet. Zij geven hen onderwijzing. En soms moet er gezegd worden: “dat mag je niet doen”! Want de ouders weten wat goed en wat slecht is voor hun kinderen. Er is toch geen ouder die zijn kind dat onverwacht een drukke autoweg wil overrennen, zomaar zijn gang laat gaan? Nee, de ouder roept: “Pas op! Hier blijven!”

Wanneer je het woordje onderwijzing uit Spreuken wat nader bekijkt, dan ontdek je dat het de vertaling is van het grondwoord: Thora. Jawel, hetzelfde woord dat gebruikt wordt in de Bijbel als het gaat om de wet van de Heer. En dat woordje wet roept bij veel gelovigen als snel allerlei negatieve gevoelens op. “Wij zijn niet meer onder de wet”! Wij hebben niets meer met de wet te maken”! “Ik laat mij geen geboden meer opleggen, want ik ben vrij van de wet!`

Maar, zo vraag ik me dan af, willen wij ook vrij zijn van Gods onderwijzingen? We moeten immers niet vergeten dat, zoals ouders hun kinderen opvoeden ook gelovigen als kinderen van God, door hun hemelse Vader worden opgevoed. We lezen bijvoorbeeld in Efeze 4:6: En gij, Vaders, verbittert uw kinderen niet, maar voedt hen op in de tucht en in de terechtwijzing des Heren. Hier blijkt dat de opvoeding van de kinderen, gepaard gaat met terechtwijzing door de Heer. Met andere woorden: ouders leren de kinderen om de Heer (de hemelse Vader) te gehoorzamen.

Ook Hebr.12:5-7 leert het ons duidelijk: Als je een kind van God bent dan word je door de Vader (tot je eigen welzijn) getuchtigd: want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt. (Hebr. 12 vers 6). Dat het Nieuwe Testament hierin niet afwijkt van het Oude Testament blijkt wel uit het feit dat de tekst uit Hebreeën een aanhaling is uit Spreuken 3:12.  Uit het boek Spreuken blijkt dat de tuchtiging door de Heer voor een groot deel bestaat uit onderwijzing. Dat ene woord wat dus elders vertaald wordt met wet. Hieronder een paar voorbeelden:

- Spreuken 1:8: Hoor, mijn zoon, de tucht van uw vader en verwerp de onderwijzing van uw moeder niet; 

- Spreuken 4:1-2: Hoort, zonen, de tucht van een vader, en weest opmerkzaam, om inzicht te verkrijgen, want ik geef u goede leer; verlaat mijn onderwijzing niet. 

- Spreuken 6:23: Want het gebod is een lamp en de onderwijzing een licht, de vermaningen der tucht zijn een weg ten leven.

De titel van deze website is Opvoedende genade. Met deze titel wil ik wijzen op het feit dat de genade de wij in Christus hebben leren kennen niet leidt tot vrijblijvendheid, maar dat deze genade leidt tot opvoeding door God. 

Titus 2:11-12: Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven. Het woord dat hier vertaald wordt met: op te voeden, is hetzelfde woord dat elders vertaald wordt (bv Hebr.12:6) met tuchtigen. Wanneer wij door Gods genade kinderen van God zijn geworden, dan worden wij door Hem, opgevoed, maar ook getuchtigd. En deze opvoeding gaat gepaard met onderwijzing.

Als wij deze onderwijzing van God (Gods Woord) ter harte nemen, belooft Gods woord ons dat het licht in ons leven zal zijn. Begrijpen we hoe belangrijk het voor ons als gelovigen om onderwijs te ontvangen uit het gehele Woord van God? Wij willen toch door Hem opgevoed worden?

Want het gebod is een lamp en de onderwijzing een licht, de vermaningen der tucht zijn een weg ten leven, (Spreuken 6:23)

 

Voetnoot: Alle Bijbelteksten in deze overdenking zijn ontleend aan: Vertaling 1951 in opdracht van het Nederlands Bijbelgenootschap bewerkt door de daartoe benoemde commissies, © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap, 1951.