Gedoopt of vervuld met de Geest?

Gepubliceerd op 15 mei 2026 om 14:42

Onlangs hoorde ik iemand zeggen: “Johannes de Doper heeft beloofd dat Jezus je zal dopen met de Heilige Geest als je in Hem gelooft”. Ik vraag me af: Klopt dit? Als je de tekst waarin Johannes dit gezegd zou hebben wat nauwkeuriger bekijkt, dan zie je in de eerst plaats dat Johannes hier spreekt over een groep die gedoopt zal worden met de Heilige Geest.

Zo lezen we in Mat.3:11: Ik doop u met water tot bekering, maar Hij, die na mij komt, is sterker dan ik; ik ben niet waardig Hem zijn schoenen na te dragen; die zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur. 

Wanneer in de tekst over “U” gesproken wordt, staat hier in de originele tekst een meervoud: “jullie”. Ofschoon de mensen door Johannes individueel in water gedoopt werden blijkt het met de doop met de Heilige Geest anders te gaan. In de Bijbel lezen we slechts twee keer dat Jezus doopt met de Heilige Geest. Daarmee wordt vervuld wat Johannes had beloofd. Beide keren is er sprake van een groep die gedoopt wordt met de Heilige Geest.

De eerst keer zien we het gebeuren in Handelingen 2. Hier doopt Jezus de gelovigen uit Israël met de Heilige Geest. In Hand. 1:4-5 had Jezus zijn volgelingen gezegd te wachten op het moment dat zij gedoopt zouden worden met de Heilige Geest:

En terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader, die gij (zeide Hij) van Mij gehoord hebt. Want Johannes doopte met water, maar gij zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet vele dagen na deze. En met Pinksteren gebeurt het: zij worden gedoopt met de Heilige Geest. (mogelijk verwijzen de tongen van vuur naar het gedoopt worden in vuur)

De tweede keer dat er sprake is van een doop met de Heilige Geest zien we wanneer de Geest op de gelovigen uit de heidenen (niet-joden) wordt uitgestort. Het gaat hier opnieuw om een groep: Cornelius met zijn familie en vrienden. We kunnen dit nalezen in Handelingen 10.In Hand.11:16 verwijst Petrus naar deze uitstorting van de Heilige Geest op de heidenen met de woorden: En ik herinnerde mij het woord des Heren, hoe Hij zeide: Johannes doopte wel met water, maar gij zult met de Heilige Geest gedoopt worden. Oftewel: ook de heidenen zijn nu gedoopt in de Heilige Geest.

Wat hierbij van belang is is dat het dezelfde Heilige Geest is die op zowel joden als heidenen is uitgestort. Tezamen vormen de joden en heiden voortaan één lichaam, verbonden door dezelfde Geest. Paulus verwijst hiernaar in 1 Kor. 12:13: want door een Geest zijn wij allen tot een lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met een Geest gedrenkt. 

Het klinkt u misschien wat vreemd in de oren, maar verder wordt er in de Bijbel niet gesproken over een doop met de Heilige Geest. De doop met de Geest heeft meer dan tweeduizend jaar geleden plaatsgevonden toen God zijn Geest deed wonen in de gemeente, het lichaam van Christus (bestaande uit joden en heidenen).

Maar hoe zit het dan met individuele gelovigen? Zij moeten toch de Heilige Geest ontvangen? Ja, inderdaad zij moeten de Heilige Geest ontvangen die meer dan tweeduizend jaar geleden is uitgestort. Dit ontvangen van de Geest is niet hetzelfde als gedoopt worden met de Geest en het is dus niet zo dat Jezus nu keer op keer gelovige individuen doopt met de Heilige Geest. Nee, Hij heeft al gedoopt met de Heilige Geest, en nu ontvangen mensen de Geest en worden met de Geest vervuld  wanneer zij zich overgeven aan Hem. We lezen dat het ontvangen van de geest in de Bijbel gebeurt bij handoplegging. Dit sluit overigens niet uit dat de Geest ook kan ontvangen worden zonder handoplegging. Maar het mooie van de handoplegging is, dat het een beeld van overdracht is. De Geest (die al uitgestort is) wordt overgedragen.

Ook de apostel Paulus werd nadat hij tot bekering was gekomen door Ananias de handen opgelegd waarna hij de Heilige Geest ontving. Zo lezen we in Handelingen 9:17: En Ananias ging heen en kwam in het huis, en hij legde hem de handen op en zeide: Saul, broeder, de Here heeft mij gezonden, Jezus, die u verschenen is op de weg, waarlangs gij gekomen zijt, opdat gij weer zoudt zien en met de Heilige Geest vervuld worden. 

Iets dergelijks lezen we ook in 2 Tim. 1:6-7 waar Paulus schrijft aan zijn geestelijk kind Timotheüs: Om die reden herinner ik u eraan, de gave Gods aan te wakkeren, die door mijn handoplegging in u is. Want God heeft ons niet gegeven een geest van lafhartigheid, maar van kracht, van liefde en van bezonnenheid.

Dit alles is in overeenstemming met de oproep van Petrus uit Handelingen 2 waar Petrus zegt tegen de Israëlieten: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.

Het woord “dopen” wordt (zoals meestal in de Bijbel) gebruikt voor het dopen in water, als teken van bekering, en het woord “ontvangen” is van toepassing op de Heilige Geest. Immers,  God heeft voordien zijn Geest reeds uitgestort op Israël. De belofte uit Joël is reeds vervuld (Hand. 2:16:17). Wanneer wij dit alles in gedachten houden lijkt het mij dan ook niet gepast om mensen op te roepen zich te laten dopen met de Heilige Geest. Er klinkt wel een andere oproep: Deze lezen we in Efeze 5:18: En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest.

Je ontvangt de Heilige Geest wanneer je tot geloof komt en je vertrouwen op Jezus Christus stelt. Hier verwijst Paulus naar in Efeze 1:13: In Hem zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het evangelie uwer behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werdt, ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte, die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij Zich verworven heeft, tot lof zijner heerlijkheid.

Maar God wil niet alleen dat we zijn Geest ontvangen, maar dat we geheel van zijn Geest vervuld worden (vol worden van Hem). Laten wij daarom de gelovigen oproepen: niet om gedoopt te worden met de Geest, maar wel om vervuld te worden met de Geest.

Voetnoot: Alle Bijbelteksten in deze overdenking zijn ontleend aan: Vertaling 1951 in opdracht van het Nederlands Bijbelgenootschap bewerkt door de daartoe benoemde commissies, © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap, 1951.