Vertrouwen op volbrachte feiten

Gepubliceerd op 17 februari 2026 om 14:17

Dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn; want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. (Rom.6:6-7)

De tekst boven deze overdenking laat ons één van de dingen zien die in Christus met ons gebeurd zijn: onze oude mens is met Christus medegekruisigd en hierdoor zijn we niet langer een slaaf van de zonde. Dit feit lijkt soms maar moeilijk tot ons door te dringen. Dat blijkt uit de dingen die we zeggen, maar ook uit de manier waarop we leven. Hoe vaak horen we niet: “je moet je oude mens kruisigen!"  Of: “ik kan de zonde echt niet laten, want ik ben en blijf een zondaar tot aan mijn dood!" Dit alles klinkt vroom maar is het in wezen niet. Immers, als het gaat om het vrij worden van de zonde, spreekt de Bijbel in voltooide tijd en niet in een onvoltooide tijd, alsof het nog zou moeten gebeuren. Nee, het is gebeurd, toen Jezus Christus aan het kruis stierf en daarna opstond uit de dood. Toen zijn wij verlost, en daar kunnen we niets aan toevoegen. Wat wij wel moeten doen: de feiten geloven en ernaar leven.

En zo zijn er vele feiten die niet nog hoeven te gebeuren maar die reeds gebeurd zijn. En aan ons is het, om hierin te geloven en ernaar te leven. Ik zal een paar van die feiten opnoemen:

- Rom. 6:17-18: Maar Gode zij dank: gij waart slaven der zonde, doch gij zijt van harte gehoorzaam geworden aan die vorm van onderricht, die u overgeleverd is; en, vrijgemaakt van de zonde, zijt gij in dienst gekomen van de gerechtigheid.

Als gelovige in Christus heb je zodanige verandering ondergaan, dat je niet langer een slaaf van de zonde bent maar een slaaf van Christus bent geworden. Je wilt Hem van harte gehoorzamen. Niet, omdat je dat moet, maar omdat je dat van harte wil.

- Rom.5:5: en de hoop maakt niet beschaamd, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, die ons gegeven is.

Door de Heilige Geest woont de liefde van God in het hart van de gelovige. Dit betekent dat een gelovige in staat is (en ernaar verlangt) om God en de naaste lief te hebben. Het enige wat hem/haar rest is om hiernaar te leven en te handelen.

- 2 Kor. 5:17: Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.

Een gelovige in Christus is een nieuwe schepping. Hij/zij hoeft zich dus niet bezig te houden met het verbeteren van de oude mens. Immers die is reeds gestorven en begraven. We hoeven dus niet te bidden: “Here maak van mij een nieuwe schepping”. Immers je bent het al. Tenzij je natuurlijk de Here nog niet aanvaard hebt in je leven. Dan mag je immers bidden: “Here wees mij zondaar genadig!"

Nu hoor ik iemand al denken: “ja maar ik voel toch nog allemaal zondige neigingen, dat toont toch aan dat ik nog altijd een zondaar ben”?

Het lijkt misschien moeilijk te vatten, maar de zondigheid van ons vlees is niet in strijd met de volkomen verlossing door Christus. Ons lichaam met zijn zondige neigingen zal namelijk pas veranderd worden bij de wederkomst van Christus. De Bijbel noemt dit de verlossing van ons lichaam. Rom. 8:23 spreekt hierover: wij, die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam.

Maar in de geest zijn we reeds verlost en vernieuwd. Daarom hebben de zondige neigingen van ons vlees de macht over ons verloren en kunnen we leven tot eer van God. 

Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen. (Efeze 2:10)

 

Voetnoot: Alle Bijbelteksten in deze overdenking zijn ontleend aan: Vertaling 1951 in opdracht van het Nederlands Bijbelgenootschap bewerkt door de daartoe benoemde commissies, © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap, 1951.