Denkt aan hetgeen vroeger, vanouds, gebeurde; Ik immers ben God, en er is geen ander, God, en niemand is Mij gelijk; Ik, die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is; die zeg: Mijn raadsbesluit zal volbracht worden en Ik zal al mijn welbehagen doen (Jesaja 46:9-10).
Soms hoor je iemand wel eens zeggen: “Als God almachtig is, waarom doet Hij dan niets aan al de ellende in de wereld?” Hoewel ik niet beweer een kant-en-klaar antwoord te hebben op deze vraag, denk ik wel een handreiking te kunnen aanbieden bij het nadenken over deze vraag. Dit heeft te maken met het onderscheid tussen Gods wil, Gods verlangen, en Gods raadsbesluit. Allebei de woorden zijn in vertalingen vaak weergegeven met het woordje `wil’ terwijl er toch verschillende grondwoorden aan ten grondslag liggen. Zo is wil afgeleid van het Griekse theloo, terwijl (raads)besluit is afgeleid van het Griekse boulomai. Het woord boulomai behelst een krachtiger willen dan het woord theloo. Het woord raadsbesluit uit Jesaja 46:10 wordt in de Griekse vertaling van het Oude Testament (Septuaginta) dan ook weergegeven met een woord dat is afgeleid van het werkwoord boulomai.
In deze overdenking zal ik de woorden wil/willen en besluit/besluiten gebruiken. Hieronder een paar voorbeelden van het gebruik van deze woorden:
Wil: Daar Christus dan naar het vlees geleden heeft, moet ook gij u wapenen met dezelfde gedachte, dat, wie naar het vlees geleden heeft, onttrokken is aan de zonde, om niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God de tijd die nog rest in het vlees, te leven. (1 Petrus 4:2). Petrus roept hier de gelovigen op om naar de wil van God te leven. Het is belangrijk om te beseffen dat de gelovigen hierin zelf de keuze hebben om naar Gods wil te leven of niet. Iets dergelijks lezen we ook in 1 Tes. 4:3-4: Want dit wil God: uw heiliging, dat gij u onthoudt van de hoererij, dat ieder uwer in heiliging en eerbaarheid zijn vat wete te verwerven. God wil dat gelovigen een heilig leven leiden, maar zij kunnen hierin luisteren naar Gods wil of niet.
Besluit: Doch dit alles werkt één en dezelfde Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij wil (1 Kor.10:11). Paulus zegt hier, wanneer Hij spreekt over de geestelijke gaven binnen de gemeente dat deze zijn toebedeeld, zoals Hij dat heeft besloten. (boulomai). Hier zien we dat God een besluit heeft genomen onafhankelijk van de wil van de mens.
Er ontstaat mijns inziens verwarring wanneer men Gods wil en Gods besluit door elkaar haalt. Wanneer het gaat om Gods grote heilsplan met deze wereld zou je kunnen zeggen, dat alles wat gebeurt ook volgens zijn besluit is. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de tekst boven deze overdenking waarin duidelijk wordt dat Gods raadsbesluit volbracht wordt, en geen enkele macht of kracht kan dit tegenhouden. Immers Hij is God en er is geen ander (Jesaja 46:9).
Wanneer het echter gaat om Gods wil, zijn verlangen, dan wordt het duidelijk dat er veel dingen gebeuren of gedaan worden die tegen Gods wil ingaan en zijn goedkeuring niet kunnen wegdragen. Een mens kan ook de wil van God weerstaan door zijn hart te verharden. Een simpel voorbeeld: wanneer iemand hoererij pleegt, dan is dit tegen Gods wil in. Dit blijkt uit de tekst in 1 Tes:3-4, zoals we hierboven gezien hebben. Van gelovigen wordt ook verwacht dat zij ernaar streven te leven naar Gods wil. Denk ook aan het gebed van Paulus in Kol.1:9-10: Daarom houden ook wij sedert de dag, dat wij dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij met de rechte kennis van zijn wil vervuld moogt worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, om de Here waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en op te wassen in de rechte kennis van God.
Hopelijk begrijpen we dat het onmogelijk is om te zeggen: ‘wat ik ook doe, het maakt niet uit, want alles gaat toch volgens Gods plan’. Dit is eigenlijk een drogredenatie waarbij de gelovige zijn ongehoorzaamheid aan de wil van God probeert goed te praten. “Kan ik er wat aan doen dat God zus of zo heeft besloten over mijn leven”?
Daarnaast ontstaat er ook een probleem wanneer men zaken die vallen onder het kopje `besluit van God’ betitelt als wil van God. Een voorbeeld hiervan zien we in onze eigen hedendaagse geschiedenis. De wereld lijkt haar eigen ondergang te bereiden, door alles wat de mens aanricht. Goddeloosheid, zedeloosheid, geweld, bedrog, etc. vieren hoogtij. Deze zaken gaan tegen de wil van God in. En zeker van gelovigen wordt verwacht hierin niet mee te doen. Het is niet de wil van God dat wij zondigen. Als we echter naar Gods (raads)besluit kijken moeten we zeggen: “Hij heeft de wereld in zijn hand en alles gaat volgens zijn plan”. Wij mogen echter nooit onszelf op de troon van God zetten, onrecht en ellende aanrichten en dan vervolgens zeggen: dit is volgens Gods plan!
Er gebeuren op deze wereld veel dingen die tegen Gods wil ingaan en als gelovigen hebben wij de opdracht om aan het licht te brengen wat Gods licht niet kan verdragen. Zo schrijft Paulus in Efeze 5:10-11: en toetst wat de Here welbehagelijk is. En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis, maar ontmaskert ze veeleer. Iets verderop schrijft hij: Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil des Heren is (Efeze 5:17). Wanneer het gaat om Gods wil, dan wordt van gelovigen verwacht Gods wil te zoeken en ernaar te leven. Wanneer het gaat om Gods besluit, past ons nederigheid, en in vertrouwen op God te buigen voor zijn plan, ook al begrijpen we niet alles. Eén ding staat vast: wat God doet, dat is goed.
Voetnoot: Alle Bijbelteksten in deze overdenking zijn ontleend aan: Vertaling 1951 in opdracht van het Nederlands Bijbelgenootschap bewerkt door de daartoe benoemde commissies, © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap, 1951.