Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Tegen zodanige mensen is de wet niet .(Gal.5:22-23)
Veel gelovigen, lopen, ondanks het feit dat zij gerechtvaardigd zijn door het geloof, rond met schuldgevoelens. Zij kennen de tekst uit Romeinen 8:1: Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn, en toch zeggen zij: “ja maar, ik overtreed nog zo vaak Gods gebod, ik moet wel schuldig zijn!”
In deze overdenking sta ik stil bij wat hier aan de hand kan zijn.
Het valt op dat Paulus in de tekst boven deze overdenking zegt dat de wet niet tegen de mensen is die de vrucht van de Geest voortbrengen. Uit deze opmerking kan je de conclusie trekken dat de wet wel tegen de mensen is die de vrucht van de Geest niet voortbrengen (en dus wandelen naar het vlees). En hier raken we misschien wel de kern van de zaak. Want hoe kan het dat je als gelovige aan de ene kant weet dat al je zonden vergeven zijn en dat je gerechtvaardigd bent door het bloed van Jezus, maar je dan toch nog schuldig voelt?
Het kan natuurlijk zo zijn dat dit komt doordat je niet echt durft te aanvaarden dat Christus voor jou volledig de prijs betaald heeft. Diep in je hart denk je dat je nog altijd te zondig bent om door God aanvaard te worden. Hier is dus een groter besef van Christus` volbrachte werk nodig. Maar er kan ook iets anders aan de hand zijn.
En dit heeft te maken met de manier waarop je de rechtvaardiging door geloof in je leven toepast. Je denkt: “ik ben in Christus volkomen rechtvaardig, er is geen veroordeling meer, dus eigenlijk maakt het niet uit hoe ik leef, God vergeeft alles toch wel. Hier betreden we het gebied van de goedkope genade, en hier maakt Paulus korte metten mee door de opmerking: Tegen zodanige mensen is de wet niet. Oftewel: tegen de niet-zodanige mensen is de wet wel. In dezelfde trend schrijft Paulus in Gal. 5: 18: Indien gij u echter door de Geest laat leiden, dan zijt gij niet onder de wet. Hier geldt ook: als je je echter niet door de Geest laat leiden (maar door het vlees) dan zijt gij wel onder de wet.
In de praktijk komt het hier op neer, dat je je als gerechtvaardigde gelovige die door Christus bloed volledig is vrijgesproken, je toch weer schuldig gaat voelen. Waardoor? Doordat je niet leeft als een rechtvaardige en de genade van God misbruikt om in zonde te leven. Kortom: je kunt dus niet zeggen: “Omdat ik gerechtvaardigd ben door Christus` bloed zal ik mij nooit meer schuldig voelen, zelfs niet als ik weer naar het vlees ga leven” Dit is een drogredenatie de Paulus in Rom. 6:1-2 verwerpt: Wat zullen wij dan zeggen? Mogen wij bij de zonde blijven, opdat de genade toeneme? Volstrekt niet! Immers, hoe zullen wij, die derzonde gestorven zijn, daarin nog leven?
In 1 Tim. 1:8-10 zegt Paulus ons iets wat hier helemaal mee overeenstemt:
Wij weten, dat de wet goed is, indien iemand haar wettig toepast, wel wetend, dat de wet niet gesteld is voor de rechtvaardige, maar voor wettelozen en tuchtelozen, voor goddelozen en zondaars, voor onverlaten en onheiligen, voor vadermoorders en moedermoorders en doodslagers, hoereerders, knapenschenders, zielverkopers, leugenaars, meinedigen, en al wat verder ingaat tegen de gezonde leer.
De wet veroordeelt de wetteloze mensen die niet rechtvaardig zijn en in zonde leven. Zij die naar het vlees wandelen en niet naar de Geest. En dit geldt ook als je als gelovige toch naar het vlees leeft. (en hier bedoel ik : als je hele levenswijze gekenmerkt wordt door een leven naar het vlees. Het gaat hier dus niet over het onbedoeld struikelen en zondigen).
Het komt erop neer, dat je jezelf eigenlijk onder de veroordelende wet stelt, omdat je levenswijze deze veroordeling verdient. Je voelt je dus terecht schuldig tegenover God. Het is de wet die je overtuigt van de zonde.
Als gelovige in Christus hoef je niet meer onder deze veroordeling te leven. Je bent vrij en niet meer onder de wet. Maar het probleem ontstaat dus als je wel gelooft maar er niet naar leeft. Je plaatst jezelf als het ware weer onder de veroordeling terwijl dit niet nodig is en je in Christus vrij bent van iedere veroordeling. Dit zal ook pas een innerlijke zekerheid zijn wanneer je ook wandelt door de Geest. Dit leven is gekenmerkt door liefde tot God en de naaste. Zo`n leven doet ook het schuldgevoel verdwijnen omdat er simpelweg geen reden meer is om je schuldig te voelen. Je mag leven als nieuwe schepping één met Christus. De wet veroordeelt je niet om dat je door de wandel in liefde de wet vervult.
Want de geboden: gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan, gij zult niet stelen, gij zult niet begeren en welk ander gebod er ook zij, worden samengevat in dit woord: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. De liefde doet de naaste geen kwaad; daarom is de liefde de vervulling der wet (Rom.13:9-10)
Voetnoot: Alle Bijbelteksten in deze overdenking zijn ontleend aan: Vertaling 1951 in opdracht van het Nederlands Bijbelgenootschap bewerkt door de daartoe benoemde commissies, © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap, 1951.