Wie in zeer weinig getrouw is, is ook in veel getrouw. En wie in zeer weinig onrechtvaardig is, is ook in veel onrechtvaardig. (Lukas 16:10)
Wanneer je wat betreft geloofszaken geen water bij de wijn wil doen, kan het zomaar gebeuren dat men je een fanatiekeling noemt. Men verwijt je: “Jij denkt wel erg zwart-wit!” of: “je moet eens wat meer relativeren en de Bijbel niet zo letterlijk nemen!”
Toch meen ik dat je als gelovige best wel radicaal kunt zijn, zonder hierbij fanatiek te worden. Immers, in de Bijbel worden we zelfs opgeroepen om radicaal te zijn als het gaat om onze gehoorzaamheid aan God. Zo ook in de tekst boven deze overdenking. We worden opgeroepen getrouw te zijn, ook in de kleine dingen, want dat laat meestal zien dat je ook in de grote dingen getrouw bent. En dit even toegepast op het leven hier en nu: geen leugentje om bestwil, geen dubieuze moraal als het gaat om huwelijk en seksualiteit, volledige aanvaarding van Gods woord, geen gesjoemel met de belastingen, etc.
We komen deze radicaliteit in de Bijbel op verschillende plaatsen en manieren tegen. Als voorbeeld zal ik er een paar citeren:
Wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig. Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden. (Mat.10:38-39)
Een ieder, die de naam des Heren noemt, breke met de ongerechtigheid. (2 Tim.2:19)
Vormt geen ongelijk span met ongelovigen, want wat heeft gerechtigheid gemeen met wetteloosheid, of welke gemeenschap heeft het licht met de duisternis? (2 Kor.6:14)
Want gij waart vroeger duisternis, maar thans zijt gij licht in de Here; wandelt als kinderen des lichts, - want de vrucht des lichts bestaat in louter goedheid en gerechtigheid en waarheid -, en toetst wat de Here welbehagelijk is. En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis, maar ontmaskert ze veeleer. (Efeze 5:8-11)
En dit was maar een kleine greep uit de vele teksten die ons als gelovigen oproepen om radicaal te zijn wat betreft onze levenswandel. Wie Jezus als Heer belijdt behoort Hem radicaal te volgen. "Maar", zo hoor ik iemand al denken: “dat klinkt toch wel erg fanatiek!" Er is echter een groot verschil tussen Bijbelse radicaliteit en fanatisme. En dat verschil zit hem in één woord: liefde.
In fanatisme ontbreekt de liefde. Fanatisme gaat gepaard met liefdeloosheid, terwijl radicaliteit juist het resultaat is van de liefde tot God en de naaste. Je wilt radicaal breken met iedere vorm van ongerechtigheid, omdat je God zo liefhebt dat je Hem wil gehoorzamen. Het is uit liefde, dat je je naaste geen schade of onrecht wil aandoen. Ook niet een beetje!
Als je echter fanatiek bent, dan interesseert je dat niet. Je haalt teksten uit de Bijbel aan met de bedoeling een ander te veroordelen. Of het met de ander wel goed komt maakt je niet zoveel uit! Je gedraagt je als de schriftgeleerden en Farizeeën die een vrouw die op overspel betrapt was wilden stenigen. (Joh. 8:1-11) Zij waren fanatiek. Jezus daarentegen was radicaal. Hij veroordeelt niet maar zegt daarbij wel: Ga heen, zondig van nu af niet meer! (vers 11) Hij keurt de zonde niet goed, maar heeft wel het beste met de vrouw voor.
Ook in onze omgang met de Bijbel hebben we de keuze of we radicaal of fanatiek zijn. Je bent radicaal als de waarheid van Gods woord je ter harte gaat, omdat je de God van de waarheid liefhebt en omdat je weet dat je medemens alleen door de waarheid vrijgemaakt kan worden en vrede met God zal vinden (Joh.8:32). Uit liefde tot God wil je de Bijbel zo nauwkeurig mogelijk uitleggen en geen water bij de wijn doen, want zo denk je “God heeft het laatste woord”
Als je echter fanatiek bent kunnen allerlei andere motieven een rol spelen bij je omgang met de Bijbel. Je wilt zoveel mogelijk kennis van de Bijbel hebben, zodat je anderen kunt overtuigen van hun ongelijk. Je ziet dat anderen niet leven zoals het zou moeten, en je gebruikt de Bijbel om hen te veroordelen en in de grond te boren. Je pocht met jouw Bijbelkennis tot meerdere eer en glorie van jezelf.
En daarmee vergeet je de waarschuwing uit 1 Kor.13:2: Al ware het, dat ik profetische gaven had, en alle geheimenissen en alles, wat te weten is, wist, en al het geloof had, zodat ik bergen verzette, maar ik had de liefde niet, ik ware niets.
Voetnoot: Alle Bijbelteksten in deze overdenking zijn ontleend aan: Vertaling 1951 in opdracht van het Nederlands Bijbelgenootschap bewerkt door de daartoe benoemde commissies, © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap, 1951.