Wanneer is het leven goed?

Gepubliceerd op 14 oktober 2020 om 09:46

Je hoort wel eens mensen op hoge leeftijd zeggen: ik heb een goed leven gehad want ik ben altijd gezond geweest, heb nooit aan iets tekort gehad, ben altijd gelukkig getrouwd geweest, ik had een hele fijne familie en heb een mooie carrière achter de rug. Het leven is goed geweest door allerlei fijne dingen die het leven aangenaam maakten.

En ik vraag me dan af: en als je dat allemaal niet hebt?  Geen goede gezondheid, geen fijn familieleven, geen mooie carrière geen, rijkdom? Als je leven vooral heeft bestaan uit lijden en tegenslagen, heb je dan een slecht leven gehad? Is het werkelijk zo dat de omstandigheden waarin wij leven bepalen of wij een goed of slecht leven hebben? En begrijp me niet verkeerd: tegenslagen en lijden kunnen er natuurlijk wel aan meewerken dat we ons slecht voelen, dat moeten we zeker niet bagatelliseren, en laten we zeker oog hebben voor hen die het moeilijk hebben. Maar toch wil ik hier een lans breken voor de stelling:

Niet de omstandigheden waarin wij leven bepalen of wij een goed of slecht leven hebben, maar de wijze de manier waarop wij in deze omstandigheden leven. Hoe het met ons innerlijk gesteld is. En dit heeft alles te maken met ons geloof, ons vertrouwen op God

In Psalm 16:2 zegt David: Ik heb tot de Here gezegd: Gij zijt mijn Here, ik heb geen goed buiten U.

Uit de rest van de Psalm blijkt dat David dit niet zegt omdat alles (en hiermee bedoel ik de omstandigheden) goed ging in zijn leven. Integendeel: de Psalm is eigenlijk een gebed om bescherming, mogelijk tegen vijanden die het op het leven van David gemunt hadden! Dus niet echt iets om vrolijk van te worden. Maar te midden van die dreiging zegt David tot zijn Heer: Ik heb geen goed buiten U. En dat feit, dat heeft voor David een groot gevolg, want een paar verzen verder (vers 9) zegt hij: Daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel. Blijdschap! Ondanks de slechte dreiging, toch het goede leven, namelijk het leven met God die er altijd bij is! Een goed leven dat niet wordt aangetast door slechte omstandigheden in het leven. En zelfs die omstandigheden kan God ook ten goede keren. Zo blijkt uit het vervolg wanneer David zegt: Zelfs mij vlees zal in veiligheid wonen. David is er voor zijn innerlijke vrede alleen niet afhankelijk van want  Hij verwacht alles van God en de gehele Psalm 16 getuigt daarvan. Ondank alles houdt David zijn oog gericht op Jahwe, Hij die er altijd bij is en die hem door de omstandigheden heendraagt.

Wanneer is het leven goed? Als je alles in je leven van God verwacht, en in Hem al het goede vindt!

Voetnoot: Alle Bijbelteksten in deze overdenking zijn ontleend aan: Vertaling 1951 in opdracht van het Nederlands Bijbelgenootschap bewerkt door de daartoe benoemde commissies , © Nederlands Bijbelgenootschap,  1951.